Een gesprek met de danseressen Ching-Ying Chien en Christine Joy Ritter uit ‘Until the Lions’

Donderdagavond opende de Britse choreograaf Akram Khan de tiende editie van December Dance. Het jaarlijkse dansfestival in en rond Concertgebouw Brugge belooft dit jaar het beste uit de Britse dansscene. Met Until the Lions focust Khan op het transformerende lichaam: van jong naar oud, van man naar vrouw. Ik spreek danseressen Ching-Ying Chien en Christine Joy Ritter drie uur voor de voorstelling.

RITTER:  ‘We vertrokken vanuit het boek Until the Lions: Echoes from the Mahabharata van Karthika Nair. Daarin vind je een gedicht over prinses Amba, die een gedaanteverwisseling ondergaat. We lieten ons inspireren door het verhaal, de personages en de muzikaliteit. We zochten naar wat wij nodig hadden om deze voorstelling te maken. Dat was niet gemakkelijk. Je wilt het niet letterlijk vertalen en zo de complexiteit verliezen.’

 

Hoe heeft het verhaal de choreografie beïnvloed?

RITTER:  ‘We kregen verschillende workshops waarin we de karakters onderzochten. We probeerden hen een bewegingskwaliteit te geven. Dat was het belangrijkste onderzoek.’

 

Kozen jullie voor dit verhaal omwille van thema’s zoals gender en seksualiteit?

RITTER: ‘We wilden hoofdzakelijk de blik van de vrouw tonen. In het oorspronkelijke verhaal worden de mannen als helden voorgesteld. Als leeuwen. Maar dat wilden we omkeren.’

 

Dans benadert seksualiteit op een andere manier dan bijvoorbeeld teksttheater. Het speelt zich af op een abstracter niveau.

RITTER:  ‘Dat is zeker zo. Dat was voor ons de grootste uitdaging. We willen een verhaal vertellen zonder het expliciet uit te spreken. Mensen kunnen het anders ervaren dan hoe wij het bedoelen. Evengoed pikken ze er maar een klein deeltje van op. Maar dat is ook mooi.’

 

Zat het verhaal soms in de weg?

RITTER:  ‘Het gaat uiteindelijk veel minder om het verhaal dan iedereen denkt. Gender en seksualiteit worden aangeraakt, maar wij spreken liever over het lichaam in transformatie. We zoeken dat bewust op in onze bewegingsfrases.’

CHIEN:  ‘Ik vertrouw op mijn geest. Ik ken het verhaal. Dus wanneer ik beweeg, kan ik er vanop aan dat die bewegingen een gevolg zijn van mijn interpretatie, mijn visie op dat verhaal.’

RITTER: ‘Deze voorstelling kost ontzettend veel concentratie. Je kunt niet zomaar de stappen doorlopen. Je moet met je karakter zo dicht mogelijk op de huid komen. Dan gebeurt alles vanzelf. En het verhaal helpt je om in die staat van bewustzijn te komen.’

 

Hoe kijken jullie naar de samenwerking met Akram Khan?

CHIEN: ‘Hij heeft een bijzondere bewegingstaal en hij brengt verschillende culturen tezamen. Zijn werk toont die verscheidenheid op een mooie manier.’

RITTER: ‘Ik groeide op in Duitsland en kreeg een vrij Europese opleiding. Maar Akram leerde me iets anders kennen. Te midden van dat leerproces, blijven we toch altijd dicht bij onszelf. Hij bedenkt iets maar het is aan ons om er wat mee te doen.’

 

Door Tim Taveirne

Soundcaster van Concertgebouw Brugge

 

‘Until the Lions’, Akram Khan Company, Festival December Dance, donderdag 1 december 2016