Hofesh Shechter, zijn naam en het werk dat hij met zijn gezelschap maakt wekken meteen gevoelens van hooggespannen verwachtingen en opwinding. Niet onterecht, want Shechter zelf typeert zijn werk als volgt: ‘De sfeer heeft iets van een situatie op de rand, de grens tussen wat opwindend en wat gênant is, tussen het lachwekkende en het epische. Er hangt een energie die moeilijk onder woorden te brengen valt. Ik kan het werk nog het best omschrijven als veeleisend – in die zin dat het energie van jou vergt terwijl je ernaar zit te kijken. Als toeschouwer word je erdoor opgeslokt en als je daar niet wil zijn, is dat een nachtmerrie; maar als je er wel wil zijn, word je meegevoerd op een geweldige golf van totaliteit.’

Het lijkt intussen alsof Hofesh Shechter altijd al deel heeft uitgemaakt van de dansscene in Groot-Brittannië, en toch is hij nog steeds een relatieve nieuwkomer. In 2002 maakte hij zijn opwachting met uiteenlopende projecten, onder meer met de Jasmin Vardimon Company. Maar een tour de force is hij alleszins.

Shechters invloeden grijpen historisch en van nature terug naar zijn geboorteland Israël en de plek waar hij opgroeide. Zelf noemt hij de Batsheva Dance Company en Ohad Naharin (sinds 1990 directeur bij Batsheva) belangrijke invloeden. Hij reist de wereld rond en de levenservaring die hij daardoor opdoet staat ook centraal in zijn creatieve ontwikkeling als choreograaf. De creatie van zijn werk gebeurt met dansers van over de hele wereld, dus niet alleen met Britten.

Muziek, muziekproductie en film blijven significante artistieke invloeden in zijn werk. Denk bijvoorbeeld aan de ‘baarmoederachtige’ muziek van Nick Cave, Peter Gabriels gelaagde epische soundtracks en het filmwerk van Stanley Kubrick. Als belangrijke muzikale medewerkers sinds jaren noemt hij zowel Nell Catchpole (zij helpt hem bij het creëren en sturen van de muziek voor zijn werk) en percussionist Yaron Engler. ‘Ik steek bij veel mensen mijn licht op en samen vinden we betekenisvolle klanken die mij vervolgens inspireren om iets te maken.’ Hij heeft belangstelling voor de manier waarop moderne films worden gedraaid en gemonteerd, hoe dat de ontrafeling van het vertelde verhaal mogelijk maakt, en dat aspect komt duidelijk tot uiting in zijn werk. Shechter: ‘Mijn grootste invloeden hebben niets met dans te maken, het zijn dingen die mij een ander perspectief bieden op wat ik met dans kan doen. In mijn werk komen muziek, beweging en licht samen om een surreëel verhaal te vertellen, veelal via een soort van droomstaat.’ Lichtontwerp is een in wezen vitaal onderdeel in het creëren en uitvoeren van hedendaagse dans en Shechter heeft een jarenlange werkrelatie met lichtontwerper Lee Curran; maar hij wijst er ook op dat hij voor barbarians een beroep deed op Lawrie McLennan als lichtmedewerker.

Hofesh Shechter heeft als maker de ambitie een gevoel te distilleren en voor het publiek de krachtigste manier te vinden om dat gevoel te beleven’. Zijn werk heeft misschien wel een onderwerp, maar dat onderwerp is niet meer dan een werktuig voor zijn choreografie, een kader voor de abstractere gevoelens die hij wil verkennen en overbrengen. Voor Shechter is het belangrijkste aspect voor het publiek ‘dat iets van dat gevoel via het werk wordt doorgegeven en gedeeld.’

Natuurlijk zijn de dansers uiterst belangrijke medewerkers, niet alleen door wat ze op het podium doen, maar ook bij het tot stand komen van Shechters werk. ‘We moeten onze geesten laten verstrengelen, zij moeten mij begrijpen en ik moet hen begrijpen. De dansers zijn een verlengstuk van mijn gedachten en gevoelens. Wanneer ik met de dansers werk, is het voor mij echt van belang dat we verbinding maken en dat we de energieën waarmee we aan de slag gaan begrijpen. Zij worden een verbluffende verrijking van die energieën en vervolgens brengen ze hun eigen creativiteit en ervaring in het werk.’

Wanneer ik hem naar het choreografisch proces vraag, begint hij over samenwerken met zijn dansers in de studio. Hij creëert het bewegingsmateriaal zelf, met zijn eigen lichaam en leert het hun dan aan. Zo schept hij de beweging ter plekke en krijgt hij meteen feedback over hoe zij daarop inpikken, hoe het in hun lichaam aanvoelt. Na enige tijd, een paar weken misschien, zal hij dan met improvisatie gaan werken, naast de specifieke ‘energieën’ die in de ruimte zijn opgewekt. Het woord ‘energieën’ keert tijdens ons gesprek meermaals terug, het lijkt mij dan ook bijzonder kenmerkend voor Hofesh en zijn werk. Het gaat dan over de voortdurend veranderende dynamiek in zijn werk die binnensluipt in zijn gesprekken, in zijn choreografie op het podium, in zijn beschrijving van de werkrelaties in zijn leven. ‘Ik improviseer om meer over die energie te leren’, vertelt hij me. ‘In barbarians, in tHE bAD waren de dansers sterk betrokken in bij de creatie van het stuk en ook in het duet, omdat het zo specifiek voor hen was.’ We praten over hoeveel vrijheid hij de dansers in dat creatieve proces toestaat en hij geeft toe dat hij, nog niet zo lang, experimenteert door de dansers meer kansen te bieden in de ontwikkeling van zijn werk.

‘In barbarians laat ik wat meer los, maar meestal heb ik een stevige greep op de choreografie. Zodra je dat doet, wordt het echter moeilijker de controle over de structuur te behouden en hoe meer energieën erbij betrokken zijn, des te moeilijker het wordt om het stuk bijeen te houden.’

Ik vraag hem hoe succesvol dat ‘loslaten’ volgens hem is geweest, en hij noemt het ‘een interessante manier om te creëren en mezelf te verrassen met wat het oplevert’. Wat dat oplevert, het afgewerkte stuk barbarians, is wat we tijdens December Dance te zien krijgen. Wanneer ik Hofesh vraag wat hij hoopt dat dit bij het publiek in Brugge zal teweegbrengen, reageert hij: ‘Ik hoop altijd op die totaalervaring voor het publiek, op een vorm van verbinding, interactie, opwinding en iets wat het publiek zal beroeren’. Afgaand op de reacties die zijn werk elders losmaakte, ben ik ervan overtuigd dat Hofesh noch het Brugse publiek ontgoocheld zullen zijn.

Sara Reed

za 10.12.2016 / 20.00 / barbarians / Hofesh Shechter