Martyn Brabbins, Christianne Stotijn, Choeur de Chambre de Namur, Octopus Symfonisch Koor & Royal Flemish Philharmonic – Concertgebouw, Brugge

Schitterende verschrikkingen: het Royal Flemish Philharmonic in een sprankelende Ivan De Verschrikkelijke

De geschiedenis wordt gemaakt door diegene die haar vertelt. Jozef Stalin wist dat als geen ander. De in bloedvergieten gedrenkte levensloop van Ivan IV werd door de dictator aangegrepen om zijn eigen moorddadige politiek te legitimeren. Bij milde leiders is de natie immers niet gebaat, zo klinkt het. De 16e-eeuwse feiten leken zich tijdens Stalins bewind overigens te herhalen, want ook deze megalomane despoot had af te rekenen met een equivalent van de zogenaamde “bojaren”, meer bepaald de landelijke adel die weinig voelde voor het opgeven van hun stand.

Dat Sergei Eisenstein en Sergei Prokofiev zich bereid verklaarden de biografie van Ivan IV naar beeld en klank te vertalen, viel bij Stalin initieel in goede aarde. Wat een trilogie had moeten worden, kon echter nooit voltooid worden. Vanaf het tweede deel, dat volledig verfilmd werd maar van het regime het daglicht niet mocht zien, werd de historische heerser immers te kritisch benaderd. Wat doet macht met een mens? Is een troon niet gedoemd om vroeg of laat te corrumperen? Stalin wou het niet gehoord hebben.

Eisenstein, die in 1948 kwam te overlijden, zag Ivan Groznyy II nooit in première gaan. Jan Decleir verwijst er aan het slot van dit semi-geënsceneerd concert naar met volgende beeldspraak: als de spiegel van de kunst te veel gelijkenissen vertoont, moet het glas worden gebroken; en wat dan overblijft, is louter duisternis en stilte. Ziedaar hoe auteurs Brechtje Louwaard en Tristan Versteven de actualiteit hebben verbonden aan een decennia oude partituur.

In een tijd waar kritische stemmen moeten vrezen dat de subsidiekraan wordt dicht gedraaid, moet het publiek opstaan en protesteren. Alleen een soevereine, vrije kunstsector kan ten volle doen wat ze moet doen: vraagtekens plaatsen bij wat de wetgevende en uitvoerende mogendheden als vanzelfsprekend ervaren. Kunst moet een laboratorium zijn waar normen, waarden, tendensen, samenlevingsmodellen en wat dies meer voor de bijl gaan. Kunst moet mogen opnieuw beginnen. Telkens opnieuw.

De Ivan De Verschrikkelijke die het Royal Flemish Philharmonic op poten zette, mag model staan voor datgene waar mensen vandaag op zitten te wachten. Niet het blindelings herkauwen van de traditie, wel het creatief durven hertalen van de canon. Met andere woorden: Prokofievs soundtrack bij Eisensteins film werd niet gespeeld bij een vertoning op groot doek. Rasacteurs Jan Decleir en Stefaan Degand mochten integendeel met een nieuwe tekst aan de slag, waarin de belangrijkste scènes uit Eisensteins film bloemrijk doch simpel werden beschreven.

Precies de talige eenvoud genereert ruimte voor het genie van Decleir en Degand, die met de optelsom van gebaren, fronsen, stembuigingen en zoiets ondefinieerbaars als charisma de zaal ruim anderhalf uur in de ban houden. Wanneer Degand ineens met het koor meebrult, lijkt de incarnatie van Ivan IV compleet. Deze twee titanen in duo aan het werk zien, heeft hoe dan ook iets buitengewoons. Te meer als niemand minder dan mezzo-sopraan Christianne Stotijn hun gekrakeel met prachtige interventies komt verstoren. Haar naturel in de bucolische sequensen: het brengt de perfectie ongewoon dichtbij.

Een doek van Ysbrant van Wijngaarden, waarop het zinnebeeld van een tsaristisch paleis vanuit een donker woud van listen, gekonkel en intriges gestalte krijgt, lijnt de scène netjes af. Het Choeur de Chambre de Namur en het nog relatief jonge Octopus Symfonisch Koor vatten post voor deze afbeelding. Beide formaties vertolken uitstekend, met een verfijnde balans, een onfeilbaar instinct voor dynamiek en een frappante technische souplesse. Het Royal Flemish Philharmonic is niet even grandioos, hoewel de pittige kopers en de geanimeerde houten lof verdienen. Niettemin ontbreekt het bij het slagwerk aan precisie en bij de strijkers aan scherpte.

Prokofievs priemende stijl, waarin de huivering, het sardonische en de hyperbool vaak zitten ingebed, ontbeert de onontkoombaarheid die noodzakelijk is om maximaal effect te sorteren. Zelfs Martyn Brabbins, die erg precies dirigeert, kan daar weinig aan veranderen. Desalniettemin zal deze ‘Ivan De Verschrikkelijke’ als een schitterende verwezenlijking in het geheugen blijven hangen. Vanwege de durf. De durf om verder te gaan dan het geëffende pad. De durf om opnieuw te beginnen, met de traditie dankbaar ter hand.

4*

Jan-Jakob Delanoye